Les 3.2

Les Progress:

Het tekenen met basisvormen.

Leerdoel

Met de basisvormen kan jij alles tekenen. De basisvormen die ik gebruik zijn: vierkant, driehoek, cirkel, hart, krul, lijn, punt. Plus wat variaties daarop. Van een vierkant weet jij ook een rechthoek te maken. En van een cirkel een ovaal. Van een rechte lijn een gebogen lijn. 

Na de les begrijp jij de theorie van het tekenen met basisvormen en kan jij die toepassen bij het tekenen van zes eenvoudige en bekende visuals.

Ik leg uit

In mijn video wil ik laten zien hoe je op eenvoudige wijze een: lampje, koffiekop en een boek tekent. En jij kan dat straks ook, met nog een paar voorwerpen extra. Spannend? Ik denk van niet. Maar bekijk eerst maar de video. 

Je ziet, het hoeft absoluut niet ingewikkeld en precies te zijn. Ook al willen wij een vierkant of een cirkel zo goed mogelijk gebruiken. 

De opdracht

Aan jou geef ik nu de opdracht om 10 voorwerpen te tekenen. Dit in jouw schetsboek. Teken deze onder elkaar, niet te groot. Je begint bij het lampje, boek, de koffiekop. En dat op jouw manier. Daarna zoek jij in huis zes kleine voorwerpen op. 

  • Twee keer een rond voorwerp
  • Twee keer een vierkantig voorwerp
  • Twee keer een driehoekig voorwerp

Ja, het laatste kan even lastig zijn. Maar het zoeken naar mogelijkheden hoort bij het Zakelijk Tekenen. Het beelddenken en associeren. En nogmaals, het hoeft niet perfect te zijn.